De bekendste methode van archeologisch onderzoek is een opgraving. Bij een opgraving wordt de vindplaats volledig onderzocht. Dit houdt in dat er op één of meerdere plekken een opgravingsput wordt aangelegd. Binnen deze putten wordt er op één of meerdere niveaus een vlak aangelegd en de aanwezige sporen worden gedocumenteerd en uitgegraven.
Bij het uitgraven van de sporen wordt er ook een dwarsdoorsnede gedocumenteerd. Het documenteren tijdens een opgraving houdt in dat aanwezige sporen worden ingemeten, getekend en gefotografeerd. Al het vondstmateriaal wordt per grondspoor verzameld, zodat dit later geanalyseerd kan worden. Indien nodig worden er ook grondmonsters genomen voor botanisch onderzoek.
Na afloop van de opgraving worden de grondsporen en het vondstmateriaal geanalyseerd en verschijnt er een rapport waarin alle resultaten zijn uitgewerkt. Na de opgraving wordt het onderzoeksgebied vrijgegeven voor verdere ontwikkeling.
Heeft u interesse in Delftse opgravingen en wilt u hier actief over meepraten? Op WikiDelft heeft u de mogelijkheid hiertoe, bijvoorbeeld over het Kasteel van Altena en de Rotterdamseweg.













