In tegenstelling tot steengoed wordt aardewerk gebakken op vrij lage temperaturen, namelijk bij 900 a 950 graden Celsius. Ook de kleisoorten zijn anders dan die van het steengoed. De grijze kleur van grijsbakkend aardewerk ontstaat doordat de pottenbakker tijdens de laatste fase van het bakproces de zuurstoftoevoer in de oven stopt: het zogeheten reducerend bakken.
Grijsbakkend aardewerk is gedraaid aardewerk, hard gebakken, dunwandig en vrij glad van oppervlak. Het is ongeglazuurd. Decoraties komen alleen voor in de vorm van plastische decoraties aangebracht met een spatel (spateldecoraties). Veel vormen komen ook als roodbakkend aardewerk voor, aangezien het door dezelfde pottenbakkers wordt geproduceerd. Grote vormen zoals waterkannen, voorraadpotten, kommen, vuurklokken en schalen overheersen echter. In tegenstelling tot het dertiende-eeuwse kogelpotaardewerk, dat op huishoudelijk niveau wordt geproduceerd, wordt het grijsbakkende aardewerk in ateliers en werkplaatsen gemaakt. Delft is, naast Leiden en Haarlem, in Holland een belangrijk productiecentrum. Het wordt vooral in de dertiende eeuw gebruikt; in het midden van de veertiende eeuw verdwijnt het weer uit de Delftse huishoudens.
Elmpter waar
Het lokaal vervaardigde grijze aardewerk moet niet worden verward met geïmporteerd grijs aardewerk, te weten de "Elmpter waar" (dikwandig gelaagd grijs aardewerk met een lichtgrijze breuk uit het Rijnland en Limburg, gemaakt vanaf ca. 1050 tot ca. 1450) en de "Jydepotten" (diepzwart, glimmend handgevormd aardewerk afkomstig uit Denemarken, geproduceerd vanaf ca. 1575 tot ca. 1900).
Grijsbakkend aardewerk DB32_P01_H0199_7 D00931.JPG













