There are no translations available.
Karolingisch aardewerk komt zowel handgevormd als gedraaid voor. Binnen het gedraaide aardewerk worden verschillende groepen baksels onderscheiden, naar de plaats van vervaardiging.
Zo is er Badorf aardewerk, Mayen aardewerk en Vorgebirge aardewerk. De vormen zijn zeer divers; er zijn reliëfbandamforen, grote (tuit-)potten, kookpotten, schalen, kannen, kruiken en drinkbekers. Het baksel is fijn tot grof gemagerd en is zacht tot zeer hard. De kleur varieert van wit naar geel tot bruin en grijs. Het kan grofweg worden gedateerd tussen 900 en 1000. In Delft is het niet opgegraven, wel is het in de randgemeenten (bijvoorbeeld in Pijnacker) aangetroffen.
Het handgevormde aardewerk is zachter, vooral gemagerd met steengruis en kwarts. Dit aardewerk staat aan het begin van de kogelpot-ontwikkeling.













