In 1999 sloot Schipluiden een gemeenschappelijke regeling op het gebied van archeologie met de gemeente Delft. In 2000 volgde Maasland dit voorbeeld. Hiermee waren dit de eerste landelijke gemeenten in Nederland die een dergelijk samenwerkingsverband aangingen en beschikten ze al vroeg over continuïteit in regionale archeologische expertise. In 2004 werden deze afspraken omgevormd tot een gemeenschappelijke regeling tussen de nieuw ontstane gemeente Midden-Delfland en de gemeente Delft.
Proeftuin
Midden-Delfland is aan het einde van de 20e eeuw een belangrijke proeftuin geweest voor nieuwe ontwikkelingen in de Nederlandse archeologie. Er werd bijvoorbeeld al lang voor de invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in 2007 gewerkt volgens het zogenaamde veroorzakersprincipe (het idee dat degene die archeologische resten verstoord verantwoordelijk is voor het laten uitvoeren van een archeologisch onderzoek en voor de financiering daarvan). Tijdens het opstellen van landelijke wetten en richtlijnen voor de inbedding van archeologisch onderzoek in de ruimtelijke ordening is Midden-Delfland dan ook vaak aangehaald als voorbeeld.
Advies en veldwerk
Archeologie Delft speelt voor de gemeente Midden-Delfland een adviserende rol bij plannen van ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast wordt er regelmatig veldwerk uitgevoerd. In 2009 heeft Archeologie Delft een gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart opgesteld voor Midden-Delfland. Dit kaartmateriaal vormde de basis voor de archeologische beleidsnota van de gemeente. In deze nota is vastgesteld waar en wanneer er archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd in Midden-Delfland en aan welke voorwaarden dergelijk onderzoek moet voldoen.
Archeologie in Midden-Delfland
(Professioneel) archeologisch onderzoek begon in Midden-Delfland al rond 1960 met het onderzoeken van de funderingen van kasteel de Keenenburg in Schipluiden. Tussen 1981 en 1983 werd er in en rondom de gemeente Midden-Delfland een systematische veldverkenning naar archeologische waarden uitgevoerd.Hierbij werden 258 vindplaatsen aangetroffen. In de 21e eeuw heeft het grootschalig onderzoek zich voornamelijk geconcentreerd in het grootschalige ontwikkelingsgebied in het noorden van Midden-Delfland (de Harnaschpolder). Hier vinden regelmatig verkennende veldonderzoeken en opgravingen plaats, waarbij onder meer nederzettingen uit de Late Steentijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen aan het licht zijn gekomen.
In het kader van het opstellen van de hierboven genoemde gemeentelijke archeologische verwachtingskaart heeft in 2009 een uitgebreide inventarisatie plaatsgevonden van de bekende archeologische vindplaatsen in de gemeente. Hierbij zijn 212 plekken onderscheiden, waar resten uit de Late Steentijd, IJzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd zijn gevonden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om resten van nederzettingen, kastelen, religieuze gebouwen, grafvelden en systemen van landverdeling.
In juni 2010 heeft er een archeologische opgraving plaatsgevonden aan de Woudselaan (Den Hoorn) in de Harnaschpolder. Hierbij zijn de resten van een nederzetting uit de Late Middeleeuwen aangetroffen. Op basis van dit onderzoek kan er dus een 35e vindplaats aan het rijtje worden toegevoegd.
Archeologische Monumentenkaart
Een aantal van de bekende archeologische vindplaatsen in Midden-Delfland is verbonden aan percelen die op de landelijke Archeologische Monumentenkaart (AMK) zijn weergegeven als terreinen met een archeologische waarde. In totaal bevinden zich 54 van dergelijke terreinen in Midden-Delfland. Hiervan zijn er 42 aangemerkt als gebied van hoge archeologische waarde, 10 als gebied van zeer hoge archeologische waarde en zijn er 2 beschermde archeologische rijksmonumenten. Deze beschermde terreinen liggen ten noordwesten van Maasland. Er bevinden zich resten van een nederzetting uit de IJzertijd en overblijfselen van de Commanderij van de Duitse Orde die zich hier tijdens de Middeleeuwen vestigde.













