Wat is archeologie?

E-mail Print PDF
There are no translations available.

Het woord archeologie is afgeleid van de Griekse woorden archaeios (oude) en logos (kennis). Archeologie betekent dus letterlijk ‘oudheidkunde’. Archeologen bestuderen samenlevingen uit het verleden aan de hand van de sporen die ze hebben achtergelaten. Sommige van deze resten zijn nog zichtbaar aan het oppervlak, zoals hunebedden, grafheuvels en terpen. Het merendeel van de overblijfselen uit het verleden is echter bewaard gebleven in de grond. We spreken dan ook vaak van het ‘bodemarchief’.

Het bodemarchief
In het bodemarchief liggen verschillende soorten archeologische overblijfselen. We vinden er bijvoorbeeld resten van nederzettingen, zoals gebouwfunderingen, erfgreppels, water- en beerputten en afvalkuilen. We vinden er ook resten terug van het bredere gebruik van het landschap, zoals sporen van wegen, sloten en perceleringssystemen. Bovendien kunnen we er dingen aantreffen die ons iets vertellen over het milieu waarin men leefde, zoals pollen (stuifmeelkorrels) van bepaalde planten.

In het bodemarchief worden natuurlijk ook (fragmenten van) gebruiksvoorwerpen gevonden. Het gaat dan vaak om objecten van aardewerk, glas, metaal en steen. In Delft en omgeving is bovendien meestal sprake van een vochtige bodem, waarin maar weinig zuurstof doordringt. Hierdoor zijn de conserveringsomstandigheden ideaal voor organische materialen. Er worden dan ook veel voorwerpen van bijvoorbeeld leer, textiel, hout en bot teruggevonden.

Naast gebruiksvoorwerpen komen we in het bodemarchief ook sporen tegen van wat men in het verleden heeft gegeten. We vinden bijvoorbeeld skeletten terug van dieren die zijn geslacht, zoals varkens, koeien en schapen. Ook vinden we vaak visgraten en schelpen en worden soms plantaardige resten aangetroffen, zoals graankorrels.

Behalve structuren en voorwerpen die door de mens zijn gemaakt en/of gebruikt, kunnen we in het bodemarchief ook sporen van de mensen zelf aantreffen. We vinden bijvoorbeeld regelmatig menselijke crematieresten en skeletten terug in de buurt van nederzettingen, bijvoorbeeld op oude kerkhoven.

Waardevol afval
Wanneer de resten die in het bodemarchief zijn opgeslagen op een verantwoorde manier worden onderzocht kunnen ze ons iets leren over de menselijke samenleving in het verleden. Tijdens een archeologische opgraving wordt (een deel van) het bodemarchief voorzichtig blootgelegd en zorgvuldig gedocumenteerd. Het is daarbij vooral belangrijk dat de samenhang tussen vondsten en sporen vastgelegd wordt, omdat met name die samenhang ons iets verteld over het verleden. Wanneer we bijvoorbeeld een beerput vinden met daarin bepaalde objecten, kunnen die vondsten ons iets vertellen over de rijkdom van het huishouden dat de beerput gebruikte.

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt zijn archeologen tijdens opgravingen dus niet op zoek naar ‘schatten’ om in musea te zetten. Het merendeel van de archeologische vondsten bestaat zelfs uit het afval van de mensen die vroeger op een bepaalde plek leefden. Natuurlijk vinden archeologen in de bodem ook voorwerpen van kostbare materialen zoals goud en zilver. Het is echter vooral het afval uit het verleden dat een beeld geeft van het dagelijks leven in een bepaalde tijd. Daarom is juist dat afval zo waardevol voor archeologen.

Archeologie ≠ opgraven
Veel mensen denken bij archeologie automatisch aan opgraven, maar opgraven is slechts een klein deel van het werk van een archeoloog. Archeologen zijn zelfs minder vaak bezig met opgraven dan met voorkomen dat ergens opgegraven moet worden. In 1992 heeft Nederland het Verdrag van Malta ondertekend. Dit verdrag bestaat uit een aantal afspraken om het archeologisch erfgoed in Europa te beschermen. Eén van de belangrijkste uitgangspunten is dat archeologische resten veilig zijn in de bodem en dan ook zoveel mogelijk in situ, oftewel in de bodem, bewaard moeten blijven. In Nederland zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta in 2007 vastgelegd via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg. Op basis van deze wet hebben veel Nederlandse gemeenten een eigen archeologiebeleid opgesteld. In zo’n beleid legt een gemeente regels vast, zodat er binnen de gemeentegrenzen op een verantwoorde manier wordt omgegaan met het archeologisch erfgoed.

Naast opgraven houden de archeologen in Nederland zich dus ook bezig met het opstellen van richtlijnen waaraan iedereen die de bodem gaat verstoren zich moet houden. Plannen voor bodemverstoringen moeten bijvoorbeeld al in een vroeg stadium worden voorgelegd aan een archeoloog, zodat er tijdig eventuele maatregelen genomen kunnen worden. Archeologen ontwikkelen ook steeds meer (beleids)instrumenten die het voor projectontwikkelaars makkelijker maken om in te schatten in welke gebieden ze wel en niet met archeologische resten te maken gaan krijgen. Voorbeelden van zulke hulpmiddelen zijn de verwachtings- en beleidsadvieskaarten die voor steeds meer gemeentes opgesteld zijn.

Wat doet een archeoloog nog meer?
Ondanks alle voorzorgsmaatregelen is het natuurlijk niet altijd mogelijk om archeologische resten in situ te behouden. Dat zou immers betekenen dat er op bepaalde plekken nooit meer gegraven zou mogen worden. Een belangrijk onderdeel van het werk van archeologen is dan ook om na te gaan of er redenen zijn om aan te nemen dat op plekken waar de bodem verstoord gaat worden archeologische resten aanwezig zullen zijn. Dit wordt vastgesteld door middel van een bureauonderzoek. Wanneer blijkt dat er op een bepaalde plek (zeer waarschijnlijk) geen archeologische resten voor zullen komen, wordt het terrein vrijgegeven en kan de bodemingreep gewoon worden uitgevoerd. Wanneer er wel redenen zijn om aan te nemen dat er archeologische resten in het geding komen wordt er een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, door middel van grondboringen of proefsleuven. Tijdens zo’n onderzoek wordt de archeologische verwachting gecontroleerd. Als blijkt dat er zich inderdaad behoudenswaardige archeologische resten in de bodem bevinden zal er altijd eerst gekeken worden of het mogelijk is om deze alsnog te beschermen, bijvoorbeeld door het aanpassen van de bouwplannen. Alleen wanneer er helemaal geen mogelijkheden zijn om de resten in situ te beschermen zal er een opgraving worden uitgevoerd.

Het opgraven van archeologische resten is echter ook geen doel op zich. Wanneer het veldwerk is afgelopen moeten de verzamelde gegevens worden verwerkt, geïnterpreteerd en gerapporteerd. Dit hele traject, waarin bijvoorbeeld de vondsten worden geconserveerd, de informatie digitaal toegankelijk wordt gemaakt en een publicatie wordt uitgegeven, duurt vaak veel langer dan de periode waarin het veldwerk is uitgevoerd.

Tenslotte is archeologie er natuurlijk niet alleen voor archeologen. Het gaat immers om het erfgoed van heel Nederland en de archeologische informatie moet dan ook toegankelijk zijn voor alle Nederlanders. Archeologen houden zich daarom ook veel bezig met publieksvoorlichting, zoals het organiseren van een tentoonstelling of open dag, of het plaatsen van informatieborden op plekken waar een opgraving heeft plaatsgevonden.

Last Updated on Tuesday, 24 August 2010 12:19  

Blog Archeologie Delft

There are no translations available.

werkinuitvoering

Klik op het werk-in-uitvoering-icoontje om naar het weblog van Archeologie Delft te gaan